Percepties of werkelijkheid

Hoe goed kennen Nederlanders statistieken over belangrijke maatschappelijke kwesties?Van immigratie tot inkomensgelijkheid; van abortus tot de huizenmarkt: iedereen heeft wel een mening over grote maatschappelijke thema’s. Feiten zijn belangrijke hulpmiddelen om een mening te vormen, maar wat als we een verkeerd beeld hebben van die feiten? Om wereldwijd inzicht te krijgen in feitenkennis van grote maatschappelijke kwesties voert Ipsos jaarlijks het ‘Perils of Perception’-onderzoek uit. Ruim 27.000 inwoners van 40 verschillende landen zijn dit jaar gevraagd inschattingen te geven van statistieken op diverse thema’s. De vergelijking met daadwerkelijke statistieken biedt de kans om inzicht te krijgen in hoe goed geïnformeerd Nederlanders zijn over grote thema’s.

Nederland minst onwetend
Allereerst blijken Nederlanders het meest accurate volk als het gaat populatie- en welvaartscijfers. Van een aantal schattingen die zij maakten, zitten Nederlanders gemiddeld het minst vaak naast het daadwerkelijke cijfer[1]. Daarmee komt Nederland op de 40e en laatste plek van de ‘Index of Ignorance’.

Opvallend is dat bovenaan de ranglijst landen staan met veel inwoners. India en China, landen met het grootste inwonertal, zijn de meest ‘onwetende’ landen en eindigen bovenaan de ranglijst.

Nederland onderaan in 'Index of Ignorance' Nederland onderaan in 'Index of Ignorance'

Nederlanders zitten relatief dichtbij de daadwerkelijke statistieken op de volgende thema’s:

  1. Aantal inwoners Nederland: Nederlanders weten erg goed hoe groot de huidige Nederlandse bevolking is. Gemiddeld schatten zij de huidige omvang op 17 miljoen inwoners; in werkelijkheid is dit 16,94 miljoen.
  2. Geluk van Nederlanders: ook al zijn hun landgenoten een stuk gelukkiger dan zij denken, ten opzichte van andere landen zitten Nederlanders redelijk dichtbij het daadwerkelijke aantal gelukkigen in Nederland. 84% van de Nederlanders geeft aan gelukkig te zijn, terwijl zij schatten dat een krappe meerderheid (57%) gelukkig is.
  3. Kosten Nederlandse gezondheidszorg: hoeveel procent van ons Bruto Binnenlands Product wordt per jaar aan de zorg uitgegeven? Nederlanders zitten niet ver af van het daadwerkelijke percentage: 19% is de schatting; 11% de werkelijkheid.
  4. Nederlandse huizenbezitters: Nederlanders zijn aardig op de hoogte van het aandeel Nederlandse huizen dat gekocht is door één van de bewoners. Gemiddeld denken Nederlanders dat 44% van de Nederlandse huizen in het bezit van een bewoner is; in werkelijkheid is dat 56% van de huizen.

We zijn toleranter dan we denken
Op andere vlakken zitten Nederlanders er echter flink naast. We zien dat Nederlanders een pessimistisch beeld hebben over de tolerantie van hun landgenoten, zoals abortus, homoseksualiteit en seks voor het huwelijk. In veel andere Westerse landen zien we hetzelfde patroon: we denken dat we intoleranter zijn dan in werkelijkheid het geval is.

  1. Homoseksualiteit: de acceptatie van homoseksualiteit onder Nederlanders is hoger dan we denken. Maar weinig Nederlanders (5%) zeggen homoseksualiteit moreel onacceptabel te vinden, terwijl dit aandeel wordt geschat op 36%.
  2. Abortus: ook het draagvlak voor abortus is hoger dan Nederlanders schatten. Geschat wordt dat 37% abortus moreel onacceptabel vindt; in werkelijkheid is 8% moreel tegen abortus.
  3. Seks voor het huwelijk: ook onderschatten we het draagvlak van Nederlanders voor seks voor het huwelijk. In feite vindt slechts 5% seks voor het huwelijk moreel onacceptabel, terwijl wordt geschat dat 34% dit niet vindt kunnen.

Verder zaten we naast…  

  1. Huidige moslimpopulatie in Nederland: net als veel andere landen overschatten Nederlanders het aantal moslims als deel van de Nederlandse bevolking. Volgens Nederlanders is 19% van de Nederlandse bevolking nu moslim, terwijl in feite ‘maar’ 6% van de bevolking tot die groep behoort. 
  2. Toekomstige moslimpopulatie in Nederland: ook als het gaat om het aandeel Nederlandse moslims in de toekomst zitten we ernaast. Volgens Nederlanders is een kwart (26%) van de Nederlandse bevolking in 2050 moslim, terwijl dit volgens ramingen van de Verenigde Naties op zo’n 7% van de bevolking zal uitkomen.
  3. President Trump: net als de meeste andere landen dachten Nederlanders dat Clinton de nieuwe president van de Verenigde Staten zou worden. Slechts drie landen – Rusland, Servië en China – voorzagen dat Trump zou worden verkozen.

Toelichting resultaten, Jeroen Kester – Onderzoeker Ipsos Nederland

“De resultaten laten zien dat mensen feiten in emotioneel geladen kwesties vaak overschatten. Dit zorgt ervoor dat feiten minder invloed hebben bij het vormen van een mening dan emoties en persoonlijke overtuiging.

We leiden aan wat sociale wetenschappers ‘emotional innumeracy’ noemen. Dit wil zeggen dat mensen bij het inschatten van de omvang van gevoelige kwesties, zoals immigratie, tegelijk hun zorgen uiten over de kwestie. Hoe emotioneler het standpunt, hoe groter de kans op mispercepties.

Waar emoties zwaarder wegen dan feiten, hebben pogingen om mispercepties te bestrijden met feiten maar een beperkte impact. Opvallend is dat tegenstanders van Trump in de VS en van de Brexit in Groot-Brittannië tevergeefs percepties van kiezers probeerden te overtuigen met feiten. Kiezers van Trump en pro-Brexit-stemmers hadden sterke negatieve emotionele overwegingen. Rationele argumenten, zoals feiten en statistieken, maken hier simpelweg te weinig indruk op. 

Zeker met een gefragmenteerd medialandschap en een hoog social media-gebruik, vinden mispercepties snel hun weg naar kiezers. Zij vergaren hun nieuws niet meer alleen via een objectieve nieuwsvoorziening, maar volgen, ‘liken’ en ‘retweeten’ het nieuws dat hun emotionele standpunten bevestigt”.  

"Waar emoties zwaarder wegen dan feiten, hebben pogingen om mispercepties te bestrijden met feiten maar een beperkte impact"

Verantwoording:

  • De resultaten zijn afkomstig uit het jaarlijkse Ipsos ‘Perils of Perception’-onderzoek. Tussen 22 september en 6 november zijn 27.250 inwoners van 40 landen ondervraagd.
  • De volgende landen namen deel via onlineonderzoek: Argentinië, Australië, België, Brazilië, Canada, Chili, China, Colombia, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Hong Kong, Hongarije, India, Indonesië, Israël, Italië, Japan, Maleisië, Mexico, Nederland, Peru, de Filippijnen, Polen, Rusland, Singapore, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Spanje, Zweden, Taiwan, Thailand, Turkije, de VS en Vietnam.
  • In de volgende landen is een combinatie van methodologieën gebruikt om mensen te benaderen: Tsjechië, Montenegro, Noorwegen en Servië.
  • Circa 1000+ mensen zijn geïnterviewd in Australië, Brazilië, Canada, China, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Japan, Spanje en de VS. In de volgende landen deden ongeveer 800 mensen mee: Tsjechië, Montenegro, Nederland, Noorwegen en Servië. In de overige landen zijn  ongeveer 500 mensen ondervraagd.
  • Waar resultaten niet optellen tot 100% is dat te verklaren door afronding van decimalen, meerdere antwoorden mogelijk of de uitsluiting van de ‘weet niets’.  
  • De resultaten zijn gewogen op de belangrijkste socio-demografische kenmerken van de bevolking in die landen. In Nederland zijn de data gewogen op geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, regio en werkzaamheid.
  • De “daadwerkelijke” data voor elke vraag zijn afgeleid van diverse relevante bronnen. De belangrijkste bronnen voor Nederland zijn The World Values Survey en Pew Research Center. Een volledige lijst van bronnen is hier te vinden.

[1] Berekening 'Index of Ignorance': De volgorde van landen op de ‘Index of Ignorance’ is bepaald aan de hand van een berekening op vijf socio-economische vragen (huidige omvang bevolking Nederland, aandeel moslims in Nederlandse bevolking, aandeel moslims Nederlandse bevolking in 2050, zorgkosten als onderdeel BBP, welvaartsverdeling in Nederland). Voor alle veertig deelnemende landen is voor elk van de vijf vragen berekend hoeveel het gemiddelde antwoordpercentage of aantal verschilt van het feitelijke percentage. Daarbij is zodanig gestandaardiseerd dat rekening wordt gehouden met de verschillen tussen de feitelijke percentages (rond een feitelijk percentage van 50% is 5% verschil minder erg dan rond een feitelijk percentage van 10%). Voor alle vijf de vragen worden de landen steeds gerankt van 1 tot 40, van meest tot minst accuraat. De positie op de gemiddelde ranking over 5 de vragen samen bepaalt de ranking van een individueel land.

Ipsos Nederland artikel delen via social media